In Windows Compute Cluster Server 2003 moeten alle computers die als hoofdnode of computernode fungeren, voldoen aan minimale vereisten voor hardware en software. Als een organisatie de beheer- en gebruikerscomponenten op een remotecomputer gaat installeren, moet het besturingssysteem van deze computer compatibel zijn met het Compute Cluster Pack. Voor hoofdnodes gelden mogelijk aanvullende softwarevereisten, zoals Remote Installation Services (RIS) of Internet Connection Sharing (ICS) Network Address Translation (NAT), afhankelijk van de netwerkomgeving waarin de cluster wordt geïnstalleerd.
Voor Windows Compute Cluster Server 2003 is Microsoft .NET Framework versie 2.0 vereist, die zich op de cd met het Compute Cluster Pack bevindt. Voor Compute Cluster Administrator is Microsoft Management Console (MMC) versie 3.0 vereist.
|
Processor |
Processor Intel Pentium voor computer met 64-bits architectuur, of Xeon-serie met processorarchitectuur met Intel Extended Memory 64 Technology (EM64T), of AMD Opteron-serie, AMD Athlon-serie of compatibele processor(s). |
|
RAM, minimaal |
512 MB |
|
RAM, maximaal |
32 GB |
|
Ondersteuning van meerdere processors |
Windows Compute Cluster Server 2003 ondersteunt maximaal vier processors per server. |
|
Minimaal diskruimte voor installatie |
4 GB |
|
Schrijfvolumes |
Voor een hoofdnode zijn voor het installatieproces van Windows Compute Cluster Server 2003 minimaal twee volumes vereist: één voor de systeempartitie en één voor RIS. Voor computernodes is maar één volume vereist. RAID 0,1,5 kunnen worden gebruikt indien gewenst, maar zijn niet vereist. |
|
Netwerkinterfacekaart |
Voor alle nodes is minimaal één netwerkkaart vereist. Bij het plannen van een besloten netwerk zijn voor het hoofdnode minimaal twee netwerkkaarten vereist om een openbaar en besloten netwerk te maken, afhankelijk van de geselecteerde netwerktopologie. Voor elkenode kunnen meer netwerkkaarten nodig zijn voor toegang tot het openbare netwerk of ondersteuning van een op MPI gebaseerd netwerk. |
|